Spring naar inhoud
  • weizigt

    Dordt aan Zet

Dordt aan Zet

Welkom op de site van Dordt aan Zet. Hier vind je informatie over participatie en over de mogelijkheden van web.
Contact? Mail naar de redactie.
Home Participatie(Wijzer) ParticipatieWijzer Dordrecht

Bepaal het niveau van participatie

De tweede stap is dat je het gewenste participatieniveau van het project of beleidsontwikkeling bepaalt. De ParticipatieWijzer onderscheidt zes niveaus van participatie:
informeren, raadplegen of consulteren, adviseren,  co-creëren of co-produceren, (mee)beslissen, faciliteren.

  

 

Zes centrale vragen bij de opzet van participatie

De volgende vragen zijn richtinggevend bij het bepalen van de mate van participatie.

  1. Openheid: is er beleidsruimte? Inhoud van beleid of project staat niet vast, bestuur is in staat en bereid om invloed te delen.
  2. Is er duidelijkheid over de rol en inbreng van het bestuur en die van de participanten? Het gemeentebestuur weet waaraan ze de uitkomsten van het proces wil toetsen en welke rol ze zelf wil spelen en wat de rol is voor de participanten.
  3. Waar ligt de (verwachte) meerwaarde van de participatie? Participanten brengen kennis, steun, draagvlak, uitvoeringskracht in. Participanten zijn ook bereid en in staat om deze meerwaarde te leveren - en kunnen daar zonodig bij worden geholpen.
  4. Is er (al) een voldoende constructieve relatie met partijen? De beoogde participanten en de gemeente zijn ontvankelijk voor communicatie met elkaar, de persoonlijke verhoudingen zijn werkbaar, belangentegenstellingen zijn overbrugbaar (te maken). 
  5. Is de problematiek geschikt? Is er voldoende tijd, is de problematiek voldoende belangrijk voor beide partijen, is het proces hanteerbaar, is het niet te technisch en niet al uitgekristalliseerd? 
  6. Zijn er voldoende capaciteit en hulpmiddelen? Is er voldoende menskracht, tijd en geld bij bestuur en participanten (te organiseren)?

 

Participatieniveaus (Participatieladder)

1. Informeren

De gemeente bepaalt zelf de agenda voor besluitvorming en houdt betrokkenen op de hoogte. Dat kan via het hele scala van communicatiemiddelen (persoonlijk, druk, web, enzovoorts).

De gemeente maakt dus zelfstandig beleid en kan daarvoor ook informatie van betrokkenen gebruiken (bewoners, ondernemers, organisaties, belangengroepen, enzovoorts). Opvragen van die informatie kan bijvoorbeeld ook via enquêtes, monitors, benchmarks.

De betrokkenen hebben geen formele inbreng. Hun rol is toehoorder. Feitelijk is dit geen participatie; het is wel een voorwaarde voor participatie.
   

2. Raadplegen, consulteren

De gemeente bepaalt zelf de agenda, maar ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Persoonlijke meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd, maar zijn voor de gemeente niet bindend. De rol van de participant is geconsulteerde.
Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces.

    

3. Adviseren

De gemeente bepaalt de agenda, maar vraagt advies aan participanten. De betrokkenen kunnen ook problemen en oplossingen aandragen en met voorstellen komen. Alle ideeën spelen een volwaardige rol bij het ontwikkelen van beleid. De gemeente verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan beargumenteerd afwijken. De rol van de participant is adviseur. 
      

4. Co-creëren / co-produceren

Gemeente en betrokkenen werken samen, bepalen samen de agenda en zoeken samen naar oplossingen. Formeel beslist de gemeente, maar die verbindt zich aan die oplossingen in de besluitvorming. De rol van de participant is samenwerkingspartner. De betrokkenen zitten zelf aan tafel om over uitgangspunten, een plan of ontwerp mee te denken. Vaak al in een vroeg stadium om ook het proces mede vorm te geven. 

      

5. (Mee)beslissen
De betrokkenen beslissen (binnen kaders die de gemeente vooraf vaststelt en deelt).
Gemeente is kaderstellend (vooraf) en controlerend/toetsend (achteraf). Het overdragen van beslissingsbevoegdheid kan bijvoorbeeld met een wijkbudget of met stemmen via het web.
      

6. Faciliteren
De burger is initiatiefnemer en beslisser (eigenaar of bevoegd gezag). De gemeente doet met het plan van burgers mee, in plaats van andersom (burgerinitiatief).
De gemeente is facilitator en eventueel ‘activator’, helpt burgers bij de uitvoering van plannen door geld, tijd, materiële zaken of deskundigheid in te brengen. De gemeente is soms kaderstellend, bijvoorbeeld als er wettelijke kaders zijn.
Het gaat dan om allerlei publieke en private burgerinitiatieven met een collectief belang.

 

 

Globaal niveau van participatie

Sta goed stil bij bovenstaande vragen en de treden op de participatieladder om het globale participatieniveau van het project te bepalen voor alle actoren. Voor iedereen is zo inzichtelijk te maken, waarom je voor welk niveau hebt gekozen. Dat is ook een belangrijk onderdeel in je informatievoorziening.

 

'Ringen van invloed' in werksessie

Nadat je het globale participatieniveau van het project hebt bepaald, ga je preciezer bepalen welke actor je wanneer en op welk participatieniveau wilt uitnodigen en betrekken.
Een methode om dit in kaart te brengen, is bijvoorbeeld de Afbeelding'Ringen van invloed (73 kB)' (ook te gebruiken bij de krachtenveldanalyse).

Je deelt dan eerst de actoren in op hun rol bij het project ('beslisser', 'beïnvloeder', 'gebruiker' of 'uitvoerder') en daarna bepaal je op welk participatieniveau je elke actor zou willen betrekken. De informatie uit de krachtenveldanalyse gebruik je hierbij.

Sta ook stil bij de Afbeeldingparticipatieparadox (41 kB) (van www.managementmodellen.nl).


Dit is ook onderdeel van een aanpak volgens Factor C.

 

 

Lees verder over de kernboodschap >>